Jij bent uniek, samen zijn we bijzonder!

IPC op OBS de Klimboom

 

Inleiding
Het International Primary Curriculum (IPC) is een integraal, thematisch en creatief curriculum voor kinderen van 4-12 jaar gericht op de creatieve en zaakvakken. IPC helpt leerkrachten de lessen zo uitdagend, boeiend, actief en zinvol mogelijk voor de kinderen te maken. IPC heeft ook een internationaal perspectief. Het helpt kinderen verbanden te leggen tussen het geleerde en hoe dit toegepast kan worden in eigen land. Ook kijkt IPC naar het perspectief van mensen in andere landen of naar mensen met een andere blik op de wereld.

 

IPC op OBS de Klimboom
Op OBS de Klimboom beseffen wij dat kinderen het beste leren wanneer zij willen leren. Wij hebben heel bewust de keuze gemaakt om met IPC te gaan werken, omdat
IPC ons helpt om:

  • Kinderen waardevoller te laten leren en zich te ontwikkelen.
  • Toekomstgericht de 21ste -eeuwse vaardigheden structureel aan te bieden en aan te leren.
    21ste -eeuwse vaardigheden zijn: communiceren, samenwerken, probleemoplossend vermogen, creativiteit, kritisch denken, sociale en culturele vaardigheden, ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en zelfregulering.
  • Thematisch te werken met thema’s die kinderen, ouders en leerkrachten echt aanspreken.
  • Talenten van elk kind serieus te kunnen nemen en in te kunnen zetten.
  • Om persoonlijke groei mogelijk en zichtbaar te maken.
  • Actief burgerschap als basis te gebruiken.

 

Op OBS de Klimboom maken we gebruik van verschillende thema’s.

Kindvriendelijke, moderne thema’s en onderwerpen die boeiend zijn en blijven voor de kinderen. De thema’s zijn bijvoorbeeld: Speurneuzen in de tijd, Luchthavens, Ik leef, Uitvindingen en machines en Een missie naar Mars.

 

Door thematisch te werken blijven de leerlingen gemotiveerd tijdens de lessen in natuur en techniek, aardrijkskunde, geschiedenis enz. Door thematisch te werken kunnen kinderen tijdens het leren verbanden leggen tussen de verschillende vakken. Tijdens de IPC-lessen kunnen de kinderen binnen een thema samenwerkend leren, leren buiten het klaslokaal, rollenspellen spelen en allerlei manieren ontdekken waarop leerlingen van elkaar kunnen leren.

 

Cyclus IPC 

 

Elk thema (dat steeds zo’n 6 tot 8 weken duurt) werkt vanuit betekenisvolle situaties. Elk thema wordt op een pakkende wijze opgestart door de leerkracht(en). Daarna gaat de leerkracht onderzoeken wat de kinderen al van dit onderwerp weten (kennis-oogst heet dat). De vervolgstap is dat de leerkracht het onderwijsaanbod plant en een globaal beeld voor de kinderen schetst van het thema (big picture). Daarna gaan de kinderen aan de slag in een veilige omgeving.
Zelf ontdekkend, onderzoekend, communicerend en creatief. De kinderen gaan dat wat ze onderzocht hebben verwerken op verschillende manieren. Tot slot wordt het thema afgesloten.


IPC past perfect bij onze visie en kernwaarden: Veiligheid, ontwikkeling, toekomstgericht, samenwerken, uitdagend en gezamenlijke verantwoordelijkheid.
(zie: in groen)

 

Elk IPC-thema (unit) omvat diverse vakken, waaronder wetenschap, geschiedenis, aardrijkskunde, ICT, kunstzinnige vorming, muziek en lichamelijke opvoeding. Het biedt ook veel mogelijkheden om de taal- en rekenvaardigheden van kinderen verder te ontwikkelen.
De thema’s zijn gegroepeerd in mileposts, waar kinderen van verschillende leeftijden samen leren. We kennen drie mileposts, namelijk de mileposts voor:

  • Zes- tot achtjarigen
  • Acht- tot tienjarigen
  • Tien- tot twaalfjarigen.

Vakken
Binnen het thema worden verschillende vakken (waaronder wetenschap, geschiedenis, aardrijkskunde, natuur, ICT, kunstzinnige vorming, muziek en lichamelijke opvoeding) met elkaar verbonden. Elk vak bestaat weer uit een aantal leertaken zodat de leerkracht de kinderen goed kan helpen om de verschillende leerdoelen te bereiken.

 

Hoe weten we wat de kinderen hebben geleerd met IPC?

We werken met IPC omdat het gericht is op leren en kinderen te helpen leren en te laten genieten van wat ze leren. Doelgericht leren betekent ook dat we beoordelen wat kinderen uit het geleerde halen.

 

Toetsing en evaluatie zijn belangrijk omdat we er op deze manier achter komen of de leerlingen inderdaad iets hebben geleerd.
Kennis, vaardigheden en begrip worden op verschillende manieren opgedaan, dus ook op verschillende manieren getoetst en beoordeeld:

 

  • Bij kennis draait het om feiten:
    Feiten zijn juist of onjuist. De gemakkelijkste manier om te testen of leerlingen de feiten kennen, is door hen regelmatig te bevragen.
  • Vaardigheden moeten praktisch worden beoordeeld.
    Ze zijn niet goed of fout, maar worden in de loop der tijd ontwikkeld.
    De ontwikkeling van de vaardigheden van kinderen brengen we in beeld met het Assessment for Learning (AFL)- programma. Het AFL-programma biedt assessments voor de diverse vaardigheden in alle basisvakken voor kinderen in de leeftijdsgroepen 6-8, 8-10 en 10-12 jaar. In het AFL-programma kunnen de vaardigheden van elke leerling beoordeeld worden aan de hand van de volgende fasen: ‘beginnend’, ‘in ontwikkeling’ en ‘beheerst’.

 

 

Schoolwebsite door SchouderCom
Cookies voorkeuren
Loading...